Reactie op de Kadernota Bereikbaarheid van december 2008 (15 januari 2009)-

Reactie op de Kadernota Bereikbaarheid van december 2008.

 

Het kader van de kadernotitie.

De mobiliteit en met name het verkeer is een probleem in en rond de stad Leiden. Dat blijkt tenminste uit de drie dikke nota’s die het college over dit onderwerp heeft opgesteld. De eerste nota was het alles omvattende Verkeer- en Vervoerplan van 2007. Deze nota werd gevolgd door de nota Variantenonderzoek Ringweg Oost uit 2008. Het voorlopige sluitstuk van de serie is de kadernotitie Bereikbaarheid van december 2008.

Verwacht zou worden dat de latere nota een verdieping zou zijn van de eerdere nota. Dat is helaas niet zo.

De drie nota’s staan vol met verwachtingen, aannamen, veronderstellingen, aandachtspunten en conclusies. Feiten en harde uitgangspunten ontbreken.

In de kadernotitie wordt een verwachting beschreven van de toename van de groei van het wagenpark en de verkeersintensiteit als er niets gedaan wordt en een verwachting van de toename als het “grote plan”wordt uitgevoerd. Waarop deze verwachtingen zijn gebaseerd is niet duidelijk. Er zijn (simulatie)modellen gebruikt om deze groei te schatten. Het is bekend dat de uitkomsten van simulatiemodellen beïnvloedbaar zijn door de instellingen van het model te variëren. Wat er is gemeten en hoe de parameters van de modellen zijn ingesteld blijft echter vaag in de Kadernota.

Het zelfde geldt voor het geluid en de luchtkwaliteit. Er zijn schattingen gedaan maar waar dat op gebaseerd is, blijft in de kadernota onduidelijk.

Het taalgebruik en leesbaarheid zijn in de laatste nota verbeterd, dat wel. Het college heeft echter wel veel tijd genomen voor het opleuken van bestaande nota’s.

 

De beleidshorizon

De uitvoering van het totale plan is afhankelijk gesteld van de aanleg van de Rijnlandroute (De verbinding tussen de A4 en de A44). Volgens de huidige plannen zal dat niet voor 2017 zijn gerealiseerd. In de meest optimistische schatting zal het hele plan dus pas over 8 jaar klaar zijn. De wethouder verkeer heeft te veel tijd verdaan aan het produceren van nota’s. Als de raad het plan nu goed zou keuren, heeft het college nog precies één jaar de tijd om een aanvang te maken met de uitvoering van het plan. Daarbij zijn nog wat ingewikkelde hobbels te nemen zoals het maken van nieuwe bestemmingsplannen. Dit betekent dat de uitvoering pas in het volgende college ter hand kan worden genomen. De wethouder verkeer denkt dat komende colleges slaafs gaan uitvoeren wat hij nu heeft bedacht. De ervaring leert dat elk nieuw college nieuwe plannen maakt.

Voorwaarde voor een succesvolle uitvoering is daarom dat dit college na de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 en 2014 kan blijven zitten. Slechts dan maakt het plan kans om (gedeeltelijk) te worden uitgevoerd.

De kans is te groot dat Leiden met de brokstukken van het volgende niet afgemaakte megalomane verkeersproject komt te zitten waardoor de situatie erger wordt in plaats van beter.

 

Het plan

Uitgangspunt van het plan is om de binnenstad autoluw te maken. Het moet voor autoverkeer niet meer mogelijk zijn om door de stad te rijden. Wel erin maar langs dezelfde route weer er uit is het idee. In de eerdere nota’s werd dat aangeduid door het aanbrengen van knips her en der in de binnenstad. In de kadernota zijn de knips vervangen door zogenaamde “lusjes”. Het idee blijft het zelfde maar de terminologie past coalitiepartner VVD beter.

Voor het bereikbaar maken van de segmenten die daardoor gaan ontstaan is een ringweg nauw sluitend om de binnenstad noodzakelijk. De wethouder verkeer noemt dat de Stads-/Parkeerring.

Die ring loopt over de bestaande singels. Daaromheen komt de zogenaamde Binnenring. Die ringweg loopt door de dichtbebouwde woonwijken uit de negentiende en begin twintigste eeuw. Het betreft wijken zoals De Waard, De Kooi, Transvaal en De Mors. Deze wijken zullen de consequenties van het plan in volle omvang ervaren door verslechtering van de woonomgeving, verwijderen van bomen en sloop en breekwerk voor parkeergarages en toegangswegen.

Als de wethouder verkeer zegt dat hij niet wil breken en dat hij de stad respecteert, dan doelt hij op het stukje stad binnen de singels. Dat stukje stad is heilig verklaard. Voor de wijken daar direct omheen gelden geen normen en beperkingen.

Ten slotte moet er ook nog een verbinding worden gemaakt tussen de A4 en de A44, de veel besproken Rijnlandroute. Van deze weg is het tracé nog niet bepaald. In de voorkeur, die door het college is aangegeven, komt deze weg gedeeltelijk over het grondgebied van de gemeente Voorschoten te lopen. Voorschoten stelt hoge eisen aan voorzieningen om de overlast van negatieve milieu effecten te voorkomen. Hoeveel dat gaat kosten en wie deze extra kosten voor zijn rekening gaat nemen, is nog niet bekend. Toch is de aanleg van de Rijnlandroute een absolute voorwaarde voor slagen van het hele project.

 

Ringweg oost

De Ringweg Oost is een deel van de Binnenring die vooral aan de oostkant van de stad moeilijk te realiseren is. De oplossing die is bedacht zal gaan lopen over het Waardeiland. Aan de zuidkant zal de Kanaalweg via een brugverbinding over de Nieuwe Rijn verbonden worden met de Admiraal Banckertweg op het Waardeiland. Aan de noordkant moet het verkeer in noordelijke richting afvloeien via de Lage Rijndijk, de Spanjaardsbrug en de Zijldijk, een route die nu al onvoldoende capaciteit heeft. Het Waardeiland zal voorspelbaar vanuit de zuidkant vollopen en vast komen te staan op de brug over de Oude Rijn. Daarmee wordt een verkeersinfarct van formaat gecreëerd. Een vervelende bijkomstigheid is dat alle servicediensten van de gemeente gevestigd zijn op het Waardeilend. Deze servicediensten zullen door verkeersopstoppingen ernstig in hun functioneren worden belemmerd. Een tunnel tussen de Waard en de Zijldijk is de enige oplossing om deze ramp te voorkomen. Hiervoor is echter geen geld beschikbaar.

 

Parkeergarages

Volgens het college zal een betere parkeervoorziening het economisch potentieel van de stad opkrikken en weer aantrekkelijk maken voor bezoekers en bedrijven. Daarom zijn er in het plan een viertal parkeergarages opgenomen.

Het bedrijfsleven geeft bij herhaling aan dat de geplande parkeervoorzieningen veel te ver af komen te liggen van de economisch interessante locaties. Tevens is er een trend waarneembaar in Nederland en daarbuiten dat bedrijven zich bij voorkeur vestigen in en rond grote steden. Middengrote en kleine steden zijn minder in trek als vestigingsplaats. Parkeervoorzieningen zijn daarbij nauwelijks een factor. Het is daarom zeer onzeker of de kwart miljard euro die wordt uitgegeven en alle schadelijke (milieu) gevolgen van het slopen en breken enig positief effect zullen hebben op het investeringsklimaat in Leiden.

 

Het zwaartepunt van de parkeervoorzieningen zal komen te liggen in Transvaal, het stukje stadswijk achter het belastingkantoor en tegenover de Morspoort. De plannen van de gemeente gaan zo ver dat circa een derde van het gebied wordt omgebouwd tot parkeervoorziening. Dit in combinatie met de plannen van de gemeente om rond het station meer hoogbouw voor kantoren toe te staan, zal de woonfunctie in Transvaal onder druk zetten.

Voor dit alles is een nieuw bestemmingsplan nodig. De verwachting is dat in dit nieuwe bestemmingsplan de woonfunctie niet meer primair zal zijn maar ondergeschikt zal worden gesteld aan de parkeerfunctie en vestigingen voor bedrijven.

De huidige bewoners zullen zich in dat geval hiertegen tot het uiterste verzetten, wat ernstige vertragingen van de uitvoering tot gevolg zal hebben.

 

Financiën

De wethouder verkeer stelt dat het plan financieel rond is. Dat is niet juist. Het traject van de Rijnlandroute is nog niet definitief. Er zijn nog vragen en knelpunten die moeten worden opgelost. De financiering van de Rijnlandroute ligt niet bij de gemeente Leiden. De vraag is in hoeverre de externe financiers bereid zullen zijn te betalen voor alle extra milieu voorzieningen die worden geëist.

Hetzelfde geldt voor de Rijn-Gouwelijn.

Voor de tunnel onder de zijl moet nog 25 miljoen worden gevonden.

De eerste stap die het college wil zetten is de realisatie van een demontabel parkeerdek in Transvaal. In de kostenraming voor deze tijdelijke voorziening zitten nog veel onzekerheden. Met het zo positief mogelijk inschatten van al deze onzekerheden is er toch nog een verwacht exploitatie tekort van 2 miljoen euro. Vermoedelijk zal dit exploitatie tekort veel hoger uitvallen.

De gemeente Leiden heeft een reputatie als het gaat om het overschrijden van termijnen en financiële ramingen. De verwachting dat het hele plan in 8 jaar zal zijn afgerond voor 250 miljoen euro lijkt, gelet op alle onzekerheden, buitengewoon optimistisch. 

 

Conclusies

De kadernota Bereikbaarheid betreft een megalomaan plan dat ver over het graf van het huidige college zal regeren. Komende colleges zullen zeker eigen ideeën hebben die niet hoeven te stroken met de ideeën van nu. Alleen als het huidige college na de verkiezingen van 2010 en 2014 blijft zitten, is er een kans dat het plan kan worden uitgevoerd. De kans daarop lijkt klein. De stad zal daarom jarenlang in een bouwput veranderen zonder een reëel zicht op enige verbetering.

De gevolgen op de economische bedrijvigheid zullen dramatisch zijn. In plaats van de beoogde positieve impuls zullen veel ondernemers Leiden mijden.

 

De gekozen locaties voor de parkeervoorzieningen liggen volgens de ondernemers op de verkeerde plek. Het zal de bereikbaarheid van de commerciële gebieden niet vergroten. De “lusjes structuur” zal deze bereikbaarheid eerder negatief beïnvloeden.

 

Financieel zijn er nog veel onduidelijkheden. Delen van het plan zijn nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Aannames zijn in de begroting te positief ingeschat.

De afhankelijkheid van externe financiers voor essentiële delen van het plan is te groot. Er is geen zekerheid in hoeverre deze financiers bereid zijn te betalen indien ramingen nog omhoog zouden moeten worden bijgesteld.

 

De milieu effecten zijn niet duidelijk. Er zijn wel schattingen gedaan naar geluid en luchtkwaliteit. De uitgangspunten zijn niet helder en wat er gemeten is wordt eveneens niet vermeld.

Het besluit om op de Morspoortlocatie een parkeergarage te realiseren is gebaseerd op drijfzand en de noodzaak hiervoor is onvoldoende onderzocht. Bovendien is de bouw in strijd met de geldende regels voor luchtkwaliteit en geluidsoverlast. De normen hiervoor worden door de nabijheid van de Morsweg, de Schipholweg en de Plesmanlaan reeds zeer frequent overschreden en de leefbaarheid in dit deel van Leiden zal een nieuw dieptepunt bereiken.

 

De risico’s zijn te groot, de kosten te hoog en de te verwachte effecten te gering.

 

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail