De tekst zoals deze is ingesproken door de WTL op 10 december 2009 tijdens de behandeling van het ontwerpbestemmingsplan Transvaal.

 

De Wijkverenigning Transvaal Leiden maakt bezwaar tegen het voorliggende ontwerp bestemmingsplan van juli 2009. Het bezwaar van de WTL  richt zich voornamelijk tegen het voornemen van de gemeente Leiden om een groot deel van Transvaal I in te richten als parkeergelegenheid voor de binnenstad, zonder verder iets te doen aan verbetering van de woonomgeving van de wijk.

 

Daarmee geeft het college aan dat de intentie van het bestemmingsplan niet is een herinrichting van het plangebied, maar louter en alleen bedoeld is om de oprichting van een tijdelijke parkeergarage aan de Morssingel Morsweg mogelijk te maken.
 

 

Het huidige bestemmingsplan is al meer dan 10 jaar verlopen. Er is de afgelopen 20 jaar niets aan de ontwikkeling van de wijk gedaan. In deze periode heeft de wijk veel aan leefbaarheid ingeleverd.

De woonbuurt Transvaal 4 heeft plaats moeten maken voor een industrieterrein. De Dr Lelylaan is inmiddels een verkeersader van formaat en de Morsweg is uitgegroeid tot een van de grootste verkeersknelpunten van de stad.

De parkeeroverlast voor de bewoners is dramatisch.

Met name Transvaal I heeft, door haar ligging pal tegen het centrum, veel negatieve gevolgen moeten ondervinden van het steeds drukker wordende verkeer.

 

De WTL heeft bij het college meerdere malen aangedrongen op een evenwichtige en planmatige aanpak van de wijk, waarbij de leefbaarheid centraal staat en er goede definitieve oplossingen worden bedacht voor de verkeerscirculatie en parkeren. Echter dit eenzijdig op parkeren gerichte bestemmingsplan van tijdelijke aard zal de leefbaarheid in Transvaal verslechteren in plaats van verbeteren.

 

In het ontwerp bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van het stationsgebied buiten beschouwing gelaten. In de structuurvisie van de gemeente wordt het gebied rond het station neergezet als plaats voor werk, wonen en vermaak en tevens als een knooppunt van verkeer. Gedacht wordt aan hoge kantoorgebouwen, appartementen, disco, mega bioscoop en horeca. Hoeveel de verwachte toename van het verkeer zal zijn door deze ontwikkeling en welke rol de parkeergarage daarbij heeft is niet duidelijk.

Het ontwerp bestemmingsplan beperkt zich voor wat betreft de effecten, tot Transvaal als een geïsoleerde omgeving zonder rekening te houden met de ontwikkelingen in het stationsgebied. De verwachte toename van het verkeer wordt daarmee gebagatelliseerd.

 

De WTL vindt dat eerst alle omgevingsfactoren die van invloed zijn op de verkeersontwikkeling in Transvaal in kaart moeten worden gebracht met daarbij aangegeven wat de consequenties zijn voor het plangebied.

Het ontwerp bestemmingsplan is op veel punten vaag en tegenstrijdig met de verbeelding en de inspraaknota bestemmingsplan Transvaal van juli 2009.

 

Enige voorbeelden:

 

In de inspraaknota wordt consequent gesproken over een bouwhoogte van maximaal 10 meter terwijl in het bestemmingsplan een maximale hoogte wordt aangegeven van 13,2 meter.

Het college gaat uit van het verwijderen van 36 bomen terwijl het bestemmingsplan de ruimte biedt aan het weghalen van alle bomen rond het terrein van de parkeergarage.

De afmetingen en het aantal parkeerdekken van de garage worden nergens echt duidelijk gemaakt.

 

In het bestemmingsplan staat dat het terrein voor parkeren 4630 vierkante meter groot is waarvan 1120 vierkante meter onverhard blijft (dat is 24%). Verderop is aangegeven dat maximaal 90% van het bouwvlak bebouwd mag worden. Het college is dus van plan om 90% te bebouwen en 24% onverhard te laten?

 

De molenbiotoop van molen de Put wordt enerzijds als zeer serieus en belangrijk aangeduid, passend in het Molenbeleid “Laat het de Leidse molen voor de wind gaan”, terwijl op pagina 57 deze stellingname wordt tegen gesproken en molen de Put als een replica wordt afgeserveerd.

 

Voor de WTL is een bestemmingsplan een serieus en officieel document dat voor de bewoners grote gevolgen heeft. Het minste wat daarvan mag worden verwacht is dat er geen onduidelijkheden, tegenstrijdigheden en taalfouten in staan. De WTL verzoekt het college grotere zorgvuldigheid te betrachten bij het opstellen van het bestemmingsplan en alle daarbij behorende documenten.

 

De financiële planning

In het voorontwerp bestemmingsplan van maart 2009 is door de gemeente aangegeven dat voor de oprichting en de exploitatie van deze tijdelijke, demontabele parkeervoorziening over een periode van 10 jaar een negatief begrotingssaldo van 4.7 miljoen wordt geschat.

In het ontwerp bestemmingsplan van juli 2009 is geen raming van het tekort op de exploitatie meer gegeven. Het college wilde geen cijfers meer bekend maken ook niet op verzoek van de WTL. Dat duidt vermoedelijk op een groter geraamd te kort.

De WTL gaat er daarom vanuit dat de investeringen voor de oprichting en exploitatie van de parkeergarage te hoog zijn om binnen tien jaar rendabel te zijn. Een langere exploitatie termijn zal nodig zijn om financieel quitte te kunnen spelen.

Vanuit financieel oogpunt zal het handhaven van de semi permanente status na tien jaar noodzakelijk zijn.

 

De toezegging van het college dat de tijdelijke parkeervoorziening na een periode van 10 jaar zal worden vervangen door een definitieve inrichting van het terrein is gebaseerd op drijfzand en volstrekt ongeloofwaardig. De 10 jaar zijn mede afhankelijk van de bestemming van het voormalig Belastingkantoor. Dit gebouw staat inmiddels al 3 jaar te vervallen. De functie en exploitatie van het gebouw blijkt van meerdere moeilijk te beïnvloeden factoren afhankelijk te zijn.

Daarom zal de demontabele parkeergarage in Transvaal I in werkelijkheid een semi permanente status krijgen. Tot in lengte van jaren zal deze parkeerinrichting een goede herinrichting van Transvaal I blokkeren.

 

Deze veronderstelling wordt onderschreven door de termijnen gesteld in de Europese aanbesteding die het college  op 11 september van dit jaar in gang heeft gezet.

In de selectieleidraad van die datum staat op pagina 4 vermeld dat de exploitatie, het onderhoud en terugkoop van de leaseoptie geldt voor een termijn van 5 jaar met drie keer een optie tot verlenging met 5 jaar tot maximaal 20 jaar. Het college houdt dus zelf ook rekening met een termijn van 20 jaar maar houdt in de discussie vol dat het gaat om een termijn van 10 jaar.

(http://gemeente.leiden.nl/uploads/media/Selectieleidraad_Morspoort_eerste_fase.pdf)

 

De WTL verzet zich tegen een tijdelijke invulling van een parkeervoorziening in Transvaal I.  De WTL streeft naar een goede en definitieve herinrichting van de wijk, waarbij het verkeer en parkeren als belangrijke elementen worden meegenomen.

 

Parkeren

Voor het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen hanteert het college een veronderstelde en niet nader onderbouwde relatie tussen het aantal vierkante meters winkelruimte en het aantal parkeerplaatsen.

In een publicatie van de Erasmus Universiteit van dit jaar komt Guilliano Mingardo tot de conclusie dat er geen relatie is tussen parkeren en winkel bestedingen.

Deze publicatie onderschrijft de mening van de WTL  dat de, de door het college, genoemde aantallen parkeerplaatsen arbitrair is en nergens op is gebaseerd.

 

Zowel de ondernemers als de buurtbewoners zijn het erover eens dat de locatie van een parkeergarage aan de Morsweg een verkeerde keus is. Voor de ondernemers ligt de locatie te ver af van de economische bedrijvigheid en voor de buurtbewoners wordt de leefbaarheid in de wijk te veel aangetast.

Ondanks het afwijzen van de locatie door vriend en vijand gaat het college onverwijld door met het realiseren van de parkeervoorziening op de gekozen locatie. Alle voorstellen van buurtbewoners om te komen tot een betere locatie in de directe omgeving zijn door het college genegeerd.

 

In het college akkoord heeft het college vastgelegd dat bij de realisatie van 900 tot 1000 parkeerplaatsen aan de Haagweg en bij de Morspoort flankerende maatregelen getroffen moeten worden om te kunnen voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen. Gesuggereerd werd eenrichtingsverkeer te realiseren op de Morsweg. In het plan voor de oprichting van de tijdelijke parkeergarage aan de Morsweg wordt niet meer gesproken over deze flankerende maatregelen.

De WTL vindt dat het college het college akkoord niet half moet uitvoeren maar zich dan ook geheel aan het akkoord moet houden. 

 

In het ontwerp bestemmingsplan is aangegeven dat Transvaal II en Transvaal III geen parkeerproblemen ondervinden, doordat er niet of nauwelijks verdringingseffecten optreden vanuit de binnenstad. Deze stelling is gebaseerd op parkeertellingen in 2004 en 2006 en is inmiddels achterhaald.

De afgelopen twee jaar is de parkeerdruk in Transvaal II en III significant toegenomen. Vooral ‘s avonds en in de weekenden moet ook daar worden gezocht naar een parkeerplaats. Een lange loopafstand blijkt voor vele parkeerders in vooral Transvaal III geen probleem.

Een regulering van het parkeren in Transvaal I zal zeker nog grotere verdringingseffecten tot gevolg hebben voor de rest van Transvaal.

De WTL vindt dat pas kan worden overgegaan tot regulering van het parkeren in Transvaal I als de verdringingseffecten voor de rest van Transvaal bekend zijn.

 

Milieu

De gemeente is van mening dat de luchtkwaliteit door de parkeergarage niet méér zal verslechteren dan 3%. Het betreft vooral de normen voor fijnstof, stikstofdioxide en geluidsniveaus.

Deze aanname is voor de gemeente voldoende om het plan aan te duiden als een ‘klein ruimtelijk project’, dat niet in ‘betekenende mate’ leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Door die stellingname denkt de gemeente te voldoen aan de Wet milieubeheer en aan de ambities uit het milieubeleidsplan 2003-2010, zodat er voor de luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn.

Deze veronderstelling is gebaseerd op gegevens uit de rapportage luchtkwaliteit van 2003 aangevuld met (simulatie) berekeningen. De meetgegevens zijn van 2003 of eerder. Na 2003 is de situatie aan de Morsweg aanzienlijk verslechterd. Ook zijn de uitgangspunten waarop de berekeningen zijn gebaseerd niet duidelijk. Een goede onderbouwing van de cijfers en de toegepaste rekenmethode ontbreekt in het ontwerp.

 

Ook gaat het college er van uit dat de omgevingsfactoren verder gelijk blijven. Echter om de tijdelijke garage te kunnen oprichten zullen  36 bomen worden verwijderd. Deze bomen vormen een tweede houtwal achter de bomen direct langs de Morssingel. Uit onderzoeken is gebleken dat een dubbele bomenrij van hoge bomen in combinatie met lage beplanting zeer effectief is in het verlagen van fijnstofconcentraties, de opname van kooldioxide en stikstofdioxide. Vooral hoge bomen blijken de lucht veel effectiever te filteren dan kleine bomen. Rijkswaterstaat komt tot waarden van 14 normaal formaat stadsbomen voor één hoge boom.

 

Het verwijderen van de bomen zal de balans tussen de bronnen van verontreiniging en het reinigend vermogen van de omgeving verder verstoren. Aangenomen mag worden dat de luchtkwaliteit daardoor, zelfs bij gelijkblijvende uitstoot, aanzienlijk zal verslechteren en alle normen verder zal gaan overschrijden.

De aanname van de gemeente dat de luchtkwaliteit geen belemmering is voor de bouw van de geplande parkeergarage wordt daarom niet gedeeld door de WTL. Nader onderzoek op dit punt zal zeker moeten plaatsvinden.

 

Door bewoners is aangegeven dat er vermoedelijk vleermuizen huizen in de hoge bomen.

De WTL verzoekt om nader onderzoek naar zeldzame diersoorten.

 

Verkeersbelasting Morsweg

Het stuk Morsweg / Morssingel van de Rijnzichtbrug tot aan het Stationsplein is overbelast. De vrij smalle straat is onbedoeld uitgegroeid tot een belangrijke verkeersader in de doorgaande route rond het centrum. De weg is daar totaal niet op toegerust. De verkeersoverlast heeft inmiddels ontoelaatbare vormen aangenomen.

In deze chaotische verkeerssituatie wordt nu een parkeergarage gepland voor 450 auto’s. De bereikbaarheid van en naar deze garage zal via dit overbelaste stukje Morsweg moeten worden gerealiseerd. Voorspelbaar is dat de in- en uitritten van deze garage permanent zullen zijn geblokkeerd en het verkeer op de Morsweg veel extra opstoppingen zal ondervinden.

 

De WTL is van mening dat de locatie voor een parkeergarage juist op dit stukje Morsweg /Morssingel uiterst ongelukkig is gekozen. Een locatie meer in de richting van het stationsplein, in de directe omgeving van het voormalige belastingkantoor, zou de bewoonbaarheid van de wijk en de verkeerscirculatie ten goede komen.

Een veilige en mooie looproute van de parkeergarage naar de binnenstad over het terrein van het Museum van Volkenkunde is eenvoudig te realiseren. Deze looproute zal ook zeker niet langer zijn.

 

Morspoortbrug

De Morspoortbrug is de toegang naar de binnenstad van het langzame verkeer en voetgangers uit Transvaal en voor een groot deel uit de Mors en de Stevenshof. Op deze smalle brug, van nog geen 4 meter breed, is op dit moment autoverkeer toegestaan in twee richtingen. De Morspoort en de daarachter liggende Morsstraat geven door de monumentale uitstraling van het complex en de nauwe doorgang een gevoel van voetgangersgebied.

Daardoor ontstaan er regelmatig gevaarlijke situaties door op de weg lopende en fotograferende toeristen die in de knel komen met autoverkeer en intensief fiets- en bromfietsverkeer.

In het plan van de gemeente is aangegeven dat de vele parkeerders in de parkeergarage zich te voet via de Morsstraat naar het centrum zullen moeten begeven. De stroom voetgangers zal daardoor significant toenemen.

 

De WTL is van mening dat de Morspoortbrug niet is berekend op deze toevoer van extra voetgangers naast het auto- en intensieve fiets- en bromfietsverkeer en dat het aantal gevaarlijke incidenten zal toenemen.

 

Aanzien van de stad

Het Morspoortcomplex is een belangrijk historisch monument voor de stad Leiden. De open ruimte voor de Morspoort tegen de achtergrond van de monumentale bomen maken van het monument een markant en herkenbaar punt. De Morspoort, het museum van Volkenkunde, de molen de Put met de omliggende bebouwing vormen tezamen een prachtige entree voor de oude binnenstad. Deze prachtige entree wordt door de oprichting van een tijdelijke bovengrondse parkeergarage teniet gedaan.

In het ontwerp bestemmingsplan is de intentie vastgelegd om zorgvuldig om te gaan met cultuurhistorische en archeologische monumenten en waarden en de directe omgeving daarvan. De WTL is van mening dat deze intentie in schril contrast staat met de geplande aanleg van de bovengrondse garage. Ook is de aanleg in strijd met het rijksbeleid ten aanzien van het behoud van de cultuurhistorische waarden van objecten en de directe omgeving daarvan. Dit beleid ligt vast in de nota Belveder van  juni 1999.

 

Morsgarage annex showroom

De bestemming van de Morsgarage annex showroom aan de Morsweg in Transvaal II in combinatie met de herontwikkeling van het appartementencomplex van de stichting werkende jongeren aan de Morsweg is onduidelijk. De plannen zijn te weinig concreet om in het nieuwe bestemmingsplan van Transvaal te regelen. Het college gaat ervan uit dat in de volgende fase, voor vaststelling door de Raad, deze bestemming wel concreet genoeg is om te kunnen worden opgenomen.

Op dit moment is de activiteit in de Morsgarage al sinds het begin van 2009 gestopt. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen na minimaal twee jaar na het stoppen van de activiteit.

De garage zal nog ten minste anderhalf jaar zijn huidige bestemming houden.

 

Hoe kan de raad op dit moment het bestemmingsplan vaststellen terwijl de bestemming van het terrein van de Morsgarage/ Showroom nog steeds niet concreet is aangeduid?

De bestemming van het terrein van de garage/showroom wordt daarmee buiten de inspraakprocedure gehouden. De WTL wil duidelijkheid over de bestemming van de garage annex showroom aan de Morsweg in Transvaal II voor de definitieve vaststelling van het bestemmingsplan door de Raad. De WTL gaat ervan uit dat voor deze definitieve vaststelling van de bestemming de gebruikelijke inspraak procedure zal worden gevolgd.

 

De De Wijkvereniging Transvaal Leiden onderkent het parkeerprobleem en is steeds bereid geweest om in gezamenlijk overleg met het college tot oplossingen te komen.

In een brief van november 2008 spreekt de WTL haar zorg uit over de plannen van het college en draagt alternatieven aan waarbij het parkeerprobleem op een andere wijze wordt benaderd. Deze brief is nooit beantwoord. Ook niet nadat tijdens inspraak bijeenkomsten tot twee maal toe door vertegenwoordigers van de WTL is gevraagd naar de status van de brief. Wel is toegezegd dat deze brief onderdeel zou uitmaken van de beraadslaging. Ook daarvan hebben wij niets gemerkt.

 

Het college beriep zich in de discussies steeds op een opdracht van de raad om op terrein van de Morspoort een demontabele parkeergarage te bouwen voor 450 auto’s. Enige inbreng vanuit de bewoners, die afweek van dit plan, is nooit serieus genomen.

 

Toch is mogelijk om de leefbaarheid van de wijk niet verder aan te tasten en zonder grootschalige verbouwingen het parkeerprobleem grotendeels op te lossen. De bewoners hebben daartoe een plan ontwikkeld dat ze graag zou willen presenteren en toelichten. 

 

De Wijkvereniging Transvaal Leiden

Meke Bootsma

Voorzitter

Door Bestuur WTL

Bestuur van de wijkvereniging Transvaal Leiden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *