Op 6 oktober 2011 diende bij de Raad van State de zaak tegen het bestemmingsplan Transvaal aangespannen door de WTL en door de de buurtbewoners Veerman, Ziel en anderen.

Onderstaand is een korte impressie over het verloop van de zitting.

Het was interessant bij de RvS. Heel leerzaam. Een korte schets van het gebeuren waarbij ik slechts een paar hoofdpunten uit de discussies memoreer.
Wij hadden drie sprekers, Gert-Jan Veerman, Mieke Ziel en Jos Hemelaar (onze advocaat). Alle drie hadden een goed verhaal. To the point en goed voorbereid. Gert-Jan spitste zijn verhaal toe op nut en noodzaak en de rommelige sfeer waarin het bestemmingsplan tot stand was gekomen. Ook dat de werking van het bestemmingsplan de wijk Transvaal oversteeg omdat net de twee punten die niet conserverend zijn in het bestemmingsplan een verslechtering van de leefbaarheid in de wijk tot gevolg hebben en bedoeld zijn om Leidse problemen op te lossen. Het loslaten van de specifieke woonfunctie moet het huisvestingsprobleem van studenten ledigen en de parkeergarage moet het parkeerprobleem rond het stationsplein en de binnenstad oplossen. Bij het totstandkomen van het bestemmingsplan hadden deze Transvaal-overstijgende effecten meegenomen moeten worden, hetgeen niet is gebeurd.

Mieke spitste haar verhaal toe op de dreigende huisjesmelkers die in de rij staan om toe te slaan als het nieuwe bestemmingsplan van kracht zou worden. Ze had daarbij tot de verbeelding sprekende voorbeelden en had zich goed verdiept in een aantal recente bestemmingsplannen. Jos ging onder meer in op de de milieu-effecten en de onwaarschijnlijkheid van de uitkomsten van de verkeersmetingsmodellen.

Van de gemeente waren er naast de projectleider en de wethouder Van Woensel een aantal ambtenaren en een ingehuurde advocaat (mevr Roelands-Fransen). Het verweer van de gemeente bestond uit veel woorden met niet veel inhoud. In beginsel kwam het er op neer dat de gemeente vindt dat parkeren op die plek een evenwichtig en logisch besluit was en dat erg noodzakelijk is dat die plekken er komen.

Na de pleidooien en het verweer werden door de leden van de Raad vragen gesteld. Toen werd het interessant .
Mieke had betoogd dat in recente bestemmingsplannen wel een specifieke woonfunctie was opgenomen en vroeg zich af waarom dat voor Transvaal dan niet zou kunnen.
De gemeente gaf aan dat sinds mei van dit jaar het beleid is van de gemeente Leiden om in alle bestemmingsplannen de generieke woonfunctie op te nemen.

Een ambtenaar moest vervolgens uitsluitsel geven hoe het zat. Eerst hield deze man vol dat het inderdaad beleid is om alleen nog een generieke woonfunctie op te nemen. Geconfronteerd met details en feiten herinnerde hij zich ten slotte dat in het recentelijk opgestelde voorontwerp bestemmingsplan Hogewoerd de specifieke woonfunctie wel was opgenomen. Toen de Raad vroeg naar het waarom stelde deze man, dat het hier ging om een beschermd stadsgezicht. Onbegrip bij de Raad omdat stadsgezichten gaan over buitengevels en niet inpandige zaken. De gemeente kwam daar niet goed uit. De Raad vroeg zich daarom af of het verkameren van panden schade deed aan het stadsgezicht. Deze vraag kon niet worden beantwoord.

De gemeente bleef volhouden dat de modellen voor de berekening van verkeer en milieueffecten, die zijn gehanteerd door de Milieudienst, wel degelijk kloppen. Dat voor de Plesmanlaan en Morssingel een ander model was gebruikt dan voor de Morsweg maakte niet uit. De verschillen in de aantallen lag volgens de raadsvrouwe in het feit dat op de knooppunten het verkeer was afgeslagen. Dat zou betekenen dat er veel verkeer afslaat de Bloemfonteinstraat in of richting Morspoort. Dit is echter nauwelijks het geval.
Leden van de Raad kwamen wel eens in Leiden en konden altijd terecht op het parkeerterrein aan de Haagweg. Aangezien de Haagweg en de Morsweg dicht bij elkaar liggen vroeg de Raad zich af waarom er in hetzelfde segment van de stad twee parkeervoorzieningen nodig zijn als er geen sprake is van overbelasting van de reeds bestaande voorziening. De gemeente kwam daarin niet verder dan dat zij wel vond dat er een noodzaak was.

Er werd ook nog even gesproken over de koppeling tussen winkel vierkantemeters en parkeerplaatsen. De gemeente denkt dat als er maar voldoende parkeerplaatsen zijn het goed zal komen met het winkelbestand en dat daarmee de aantrekkelijkheid van Leiden als winkelgebied op een hoger niveau gebracht zal worden. De wijk betoogde dat de kwaliteit van de winkels belangrijker is dan het aantal parkeerplaatsen. Meer betalen voor parkeren bij het huidige winkelaanbod zal alleen een negatief effect hebben op kooplustigen zo werd betoogd.

Aan het eind hield wethouder Van Woensel nog een emotioneel betoog dat het toch echt wel heel nodig was om heel veel meer parkeerplaatsen te creëren wilde Leiden een beetje uit het slop komen. De Morspoortgarage was daarbij een eerste aanzet. Ook gaf hij aan dat er op het parkeerterrein aan de Haagweg nog 250 extra parkeerplaatsen bij zouden komen.

Daarna gebeurde er iets vreemds. De raadsvrouwe van de gemeente putte zich uit in het benoemen van allerlei beleidsmaatregelen die werden voorbereid om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de wensen van de wijk. Daarbij noemde ze ook dat veel bomen aan de rand van het terrein van de parkeergarage zouden blijven staan zodat de lelijkheid van het gebouw (daar was men het wel over eens) niet zo zou opvallen. Onze advocaat voerde daarbij aan dat beleid wel aardig is maar weinig zekerheid biedt aan bewoners. Uitgangspunt is toch het bestemmingsplan en in dat bestemmingsplan is de bestemming ter plaatse parkeren en geen bomen. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan is er geen enkele zekerheid dat er bomen blijven staan. Toen stelde deze mevrouw voor, bijgestaan door een hulpvaardige projectleidster, om ter plaatse het bestemmingsplan te vergeten en een door de gemeente opgesteld plan, dat ze ter plekke uitreikte te hanteren. Verbazing en onbegrip bij de leden van de Raad. De voorzitter vroeg zich in gemoede af of de gemeente bij deze voorstelde het bestemmingsplan te wijzigen. Hij gaf daarbij aan dat daarvoor een andere procedure moest worden gevolgd en dat de Raad van State daarvoor niet het juiste adres was.

We hebben geen idee hoe de uitspraak van de Raad van State zal zijn. We houden er rekening mee dat de Raad vaak in het voordeel van het bestuur beslist. Wel hadden wij een goed gevoel. De gemeente had geen overtuigend verhaal en onze argumenten zijn goed uit de verf gekomen. De Raad was goed voorbereid en had zich goed ingelezen. We kunnen alleen nog afwachten. We verwachten de uitspraak eind november.

Meke Bootsma

Voorzitter WTL Leiden

Door Bestuur Transvaal

Bestuur van de wijkvereniging Transvaal Leiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *